Column: Leegvegen platteland staat of valt met ‘discutabele’ zienswijze

Boeren die een brief in de bus krijgen van de provincie waaruit blijkt dat er niet meer bemest mag worden en ze dus feitelijk moeten stoppen met hun bedrijf, omdat ze in een Natura 2000-gebied zitten. Een ammoniaknorm vaststellen voor melkveebedrijven waar zelfs een biologisch bedrijf niet aan kan voldoen. Verouderde data gebruiken, zodat het probleem groter lijkt dan het werkelijk is, waardoor er veel verstrekkendere maatregelen worden voorgesteld dan nodig. Je kunt van alles vinden van de plannen die de provincie Utrecht presenteerde, maar als het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG) in zijn huidige opzet doorgaat is er nauwelijks bestaansrecht voor landbouw in de provincie Utrecht.
En dat is een ongekende opstelling in de Nederlandse poldercultuur. Die lijkt hiermee definitief het graf in gedragen te worden. Er was altijd de bereidheid om naar elkaar te luisteren en er samen uit te komen, doordat iedereen wat water bij de wijn deed. Maar in Utrecht wordt er misschien wel gesproken met mensen, maar is er geen bereidheid meer om mee te bewegen. Anders had er nu een ander UPLG gelegen.
Bijeenkomst Vianen
Maandagavond zat de zaal in Vianen dan ook vol met boeren en een paar ambtenaren die op een bijeenkomst afkwamen van Agractie, Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV) en Nederlandse Fruittelers Organisatie (NFO). Naast het ontbreken van een houding om tot een polderoplossing te komen, viel mij op dat de provincie ook hun eigen data niet op orde heeft. Ik kan me goed voorstellen dat je vanuit een bepaalde dataset werkt en vandaaruit maatregelen gaat bedenken om de doelen voor bijvoorbeeld oppervlaktewater te halen. In de Nederlandse situatie betekent dat over het algemeen dat zoiets een doorlooptijd heeft van enkele jaren. Ieder jaar is er nieuwe data voorhanden, dus je mag van een provinciebestuur verwachten dat daar naar gekeken wordt, om te zien in hoeverre de maatregelen daar op aangepast moeten worden. Maar blijkbaar is daar in de provincie Utrecht iets niet goed gegaan, want op de bijeenkomst in Vianen gaf een medewerker van de provincie Utrecht aan dat hij nieuwe informatie te horen kreeg. Het werd niet helemaal duidelijk op welke data hij doelde, maar het lijkt te gaan om de data over de kwaliteit van het oppervlaktewater.
Waterdata
Geesje Rotgers van stichting Agrifacts gaf aan dat het oppervlaktewater in waterschap Amstel, Gooi en Vecht op basis van data uit 2025 goed is. Maar de provincie gebruikte data van 2024. Een dagelijks bestuurslid van het waterschap benadrukte zelfs dat ze zich enorm hadden ingespannen om tot een nieuwe bronanalyse te komen. Daaruit blijkt dat op een paar kleine stukjes na de invloed van de landbouw niet langer negatief is. Maar die informatie blijkt de provincie niet verwerkt te hebben in het UPLG.
De ambtenaar van de provincie verwoorde het net even iets anders. De provincie is het met de NFO eens over wat de belasting van de fruittelers is op het oppervlaktewater. Dat scheelt volgens hem veel discussie. De ambtenaar stelde naar aanleiding van de avond vast dat het op andere onderdelen, lees met andere organisaties en individuele boeren, nog niet het geval is. Daar moet de provincie naar eigen zeggen mee aan de slag. Het blijft wat vaag, maar de ambtenaar begrijpt in ieder geval dat er overeenstemming moet zijn over de feiten.
Vertrouwen
In plaats van ruiterlijk toe te geven dat er iets fout is gegaan, werd door dezelfde ambtenaar benadrukt dat die nieuwe data via het indienen van een zienswijze via de lopende procedure voor vaststelling van het UPLG ingebracht kan worden. Ook dat is tekenend voor hoe we tegenwoordig met elkaar omgaan. Ondanks de mooie woorden van weer diezelfde ambtenaar aan het eind van de avond dat het om vertrouwen draait en dat vertrouwen essentieel is, is de vraag wat er met die zienswijzen gaat gebeuren. De provincie gaat er serieus naar kijken, maar daar mag je op basis van eerdere procedures best wat cynisch over zijn.
Als het gaat om de juiste data van het water lijkt me dat een provincie daar nu niet meer om heen kan. En dat zou dus ook moeten betekenen dat beperkingen ten aanzien van bemesting vanwege uit- en afspoeling van meststoffen richting het oppervlaktewater overbodig zijn. Alleen op een paar locaties moet nog wat maatwerk komen.
Maar zekerheid krijg je daar niet over als sector. Wanneer de provincie vanuit hun eigen werkelijkheid blijft kijken, vasthoudt aan haar eigen uitgangspunten en niet de laatste data wil gebruiken, kan het ingebrachte zienswijzen aan de kant leggen. Er zijn helaas talloze voorbeelden van procedures met ingebrachte zienswijzen door burgers en boeren waarbij dat gebeurde. Ondanks de uitgesproken intentie van de ambtenaar ligt dat hier ook op tafel.
Wanneer je wat positiever kijkt dan gaat de provincie hier serieus mee aan de slag. We zullen de komende maanden moeten afwachten welke kant het op gaat rollen. Gezien de opstelling van de provincie tot nu toe, ben ik niet erg hoopvol.




