Column: ‘Participeren kan je leren’ geldt ook voor provincies

Participatie. Het is al jaren een populaire term bij overheden die plannen ontwikkelen die mensen raken. Het scoort ook goed in officiële mededelingen dat de plannen mede tot stand zijn gekomen door de mensen die de gevolgen dragen van de plannen. Maar het is tegelijk een enorm lastig proces, dat realiseer ik me ook. Een overheid die een plan maakt, omdat het iets moet kan alle kritiek niet verwerken in het plan, omdat velen zo’n plan simpelweg niet zien zitten. Maar als je als overheid een participatieproces start, schep je tegelijk wel verwachtingen dat er sprake is van inspraak en bijsturing. En dan is het de kunst om de juiste balans daarin te vinden. Bij de provincie Gelderland lijkt dat niet helemaal gelukt.
Flap-overs
De provincie schreef deze week in een persbericht het volgende: „Het strokenbeleid kwam tot stand met inbreng van de ondernemers, grondeigenaren en grondgebruikers en inwoners uit het stikstofreductiegebied. Op basis van een denkrichting voor het strokenbeleid, die het college van GS in juli 2025 vaststelde, gingen we met hen in gesprek. De inbreng leidde tot wijzigingen, zoals het aanpassen of schrappen van maatregelen.”
Het zijn mooie woorden, het vinkje bij participatieproces kan worden gezet en er is ook nog iets aangepast waarmee maar mooi aangetoond is dat de provincie geluisterd heeft. Dikke krul er onder. Goed, ik stel het wat cynisch. Een ander citaat: „Geen toelichting, alleen flap-overs met de plannen. Dat moest je dan zelf lezen en daar kon je dan vragen over stellen aan werknemers van de provincie.”
Moe en ontzorging
Deze uitspraak komt van een boer die een inspraakavond bezocht en die onze redactie deze week optekende. Het komt mij zeer herkenbaar voor. Ik was vorig jaar, ergens anders in Nederland weliswaar, ook bij een informatieavond van een provincie. Daar werkte het op dezelfde manier. Je moest het zelf maar uitzoeken en ontdekken wat de voorstellen precies inhielden en daar kon je dan vragen over stellen aan de ambtenaren.
Maar als je de hele dag hebt gewerkt, al een beetje moe bent en dan naar zo’n participatiebijeenkomst gaat, dan hoop je wat ontzorgd te worden. Bovendien sta je als boer daar in je vrije tijd, terwijl de mensen die vragen kunnen beantwoorden betaald krijgen. Dan lijkt het mij een kleine moeite, zeker omdat het ambtelijke apparaat toch al veel tijd in de voorbereiding moest steken, dat er een centrale uitleg volgt. Gewoon in grote lijnen het plan uitleggen en tegelijk de pijnpunten benoemen. Dan weet je als participant in dit proces waar je naar moet kijken op de flap-overs, kun je nadenken over de consequenties ervan voor jouw bedrijf en daar veel gerichter vragen over stellen.
Gemiste kans
Ik ga er vanuit dat het geen onwil is van een provincie of een bewuste strategie om minder kritische vragen te krijgen, maar een provincie realiseert zich denk ik onvoldoende dat mensen die op zo’n bijeenkomst afkomen in kennis met drie nul achter staan en met hele andere zaken bezig zijn. Als ik dan ook nog lees dat er in Brummen een gebiedscoöperatie is opgericht die zelf plannen maakte om tot een verduurzamingsslag te komen, maar dat de provincie daar niet in mee wilde gaan, dan krijg je toch het gevoel dat er van echte participatie weinig sprake is.
En dat is een gemiste kans. Het participatieproces is er juist gekomen om de afstand tussen overheid en burger te verkleinen. Maar op deze manier kost het veel inspanning en levert het weinig op, zeker in termen van vertrouwen en draagvlak.
En als je alle bijlagen bekijkt die de provincie naar buiten bracht, dan blijkt dat de provincie Gelderland inmiddels ook iets heeft geleerd. Citaat provincie Gelderland: „Vanuit de agrarische sector hadden veel bezoekers behoefte aan meer concreetheid in de uitwerking”. Mooie ambtelijke taal voor ‘ik begrijp als provincie boeren niet’.




