Overijsselse boeren in de kou bij klimaatverandering

Via het programma Klimaatadaptatie heeft de provinciebestuur van Overijssel de afgelopen jaren ingezet op het klimaatadaptief maken van de provincie. De Rekenkamer Oost-Nederland, die dat beleid tegen het licht heeft gehouden, concludeert dat de provincie daar gedeeltelijk in geslaagd is, maar constateert ook onvolkomenheden.
Droogte en wateroverlast
Een van de zaken die niet zijn uitgewerkt, naast bijvoorbeeld de impact van extreem weer op vitale en kwetsbare infrastructuur, of op de bevaarbaarheid van kanalen, is de impact van droogte en wateroverlast op de landbouw. Aan de ene kant hebben boeren een verhoogde kans op wateroverlast, terwijl de zandgronden juist steeds kwetsbaarder worden voor droogte. De provincie heeft hier niet genoeg actie op ondernomen, concludeert de Rekenkamer.
Klimaatproof
Ze beveelt de provincie aan om deze zaken in de Omgevingsvisie te verwerken om zo het beleid meer ‘klimaatproof’ te maken. Ze verwijst onder andere naar Utrecht, waar het provinciebestuur een dashboard klimaatadaptatie heeft ontwikkeld, dat per thema laat zien in hoeverre klimaatadaptatie verankerd is in het provinciaal beleid. Landbouw en natuur is een van die thema’s, zodat boeren kunnen kijken hoe de provincie de sector klimaatbestendig wil maken, en welke programma’s al zijn uitgevoerd. „Dat dashboard heeft een agenderende werking”, stelt de Rekenkamer, „en maakt het verankeren van klimaatadaptatie in het provinciale beleid inzichtelijk.”
Niet goed gemonitord
In Overijssel kan daarentegen nog niet goed gemonitord worden op de effecten van het klimaatbeleid. Waar elders in het land initiatieven zijn om de effecten van klimaatadaptatie inzichtelijk te maken, heeft de provincie Overijssel daar nog weinig inzet op gepleegd. Om te kunnen monitoren hoe klimaatrobuust de provincie is, zou ze daar in de toekomst wel op in moeten zetten.
Gebiedsgericht
De provincie zegt toe met de aanbevelingen aan de slag te gaan. Met de nieuwe Omgevingsvisie en het nieuwe Regionale Waterprogramma wil ze 'klimaatadaptatie nog meer implementeren en nog beter laten doorwerken in beleid en handelen', stelt ze. Maar tegelijk wil het provinciebestuur niet vanuit Zwolle generiek bepalen welke maatregelen worden genomen. Ze streeft een gebiedsgerichte aanpak na, zegt ze, waarbij de doelen wel op provinciaal niveau worden benoemd, in de Omgevingsvisie, maar de aanpak daarvan gebeurt gebiedsgericht, door lokaal 'met belanghebbenden samen te werken en met oog voor natuur, leefbaarheid en landbouw te werken aan het behalen van doelen.'
