
GS antwoordt op Statenvragen BBB:
‘Apart plan voor weidevogels en predatoren in Noordwest-Overijssel is nu niet zinvol’

Gedeputeerde Staten van Overijssel antwoorden dat op kritische vragen van BBB-statenlid Martien van ’t Hul naar aanleiding van een bericht 10 december op deze site. Daarin stond onder meer dat de weidevogeldoelen in Noordwest Overijssel niet worden gehaald door structureel te hoge predatiedruk door regels, rode-lijst statussen en beroepsprocedures.
Beleid schiet niet tekort
Het Overijsselse college verwijst in de antwoorden naar een recent overleg met de drie agrarische collectieven. ‘Die gaven aan dat het provinciale beleid volgens hen niet tekortschiet en dat de provincie de beschikbare ruimte benut. Tegelijkertijd constateren we een toenemende juridificering van het faunabeheer: wettelijke kaders en rechterlijke uitspraken vragen voor ieder weidevogelgebied om uitgebreide onderbouwing en bewijslast bij het verlenen van vergunningen. Dit zorgt voor een aanzienlijke administratieve last die veel tijd kost, ook bij de vergunningverlening.’
Voldoende bewijslast
Volgens GS zijn op dit moment voor alle predatoren waarvoor voldoende bewijslast beschikbaar is vergunningen afgegeven, met uitzondering van de steenmarter. Die vergunning bevindt zich in de afrondende fase door een vertraging omdat de onderbouwing op enkele punten moest worden aangevuld. ‘Wij hadden deze vergunning liever eerder afgegeven, gezien de predatiedruk, de impact op de motivatie van vrijwilligers en op de mogelijkheid voor het nemen van biotoopmaatregelen. Zorgvuldigheid staat echter voorop en vereist dat vergunningen juridisch correct en volledig worden vastgesteld. Als alles meezit, kan deze vergunning nog voor een deel van het weidevogelseizoen 2026 worden benut.’
Landelijk gelobbyed
Overijssel stelt verder dat op landelijk niveau gelobbyd wordt om een effectief predatiebeheer voor weidevogels en dat de huidige regels, beschermingsstatussen en beroepsprocedures de uitvoerbaarheid onder druk zetten. Voor soorten als de zwarte kraai, vos en exoten zoals de wasbeerhond wordt in Overijssel al maximaal predatiebeheer toegepast; ‘Daarmee benutten we de huidige mogelijkheden, terwijl we bij het rijk blijven pleiten voor meer ruimte om ook op nieuwe predatoren tijdig te kunnen reageren. Ook zetten wij ons landelijk in voor de stelselherziening van jacht en faunabeheer. Daarbij ligt de nadruk op het vereenvoudigen van de complexe procedures met behoud van de noodzakelijke kwaliteit en zorgvuldigheid.’
Alle ruimte al benut
Een afzonderlijk beheerplan voor weidevogels en predatoren in Noordwest-Overijssel is volgens GS in ieder geval niet zinvol omdat alle ruimte binnen de huidige wettelijke mogelijkheden dus al benut wordt. ‘Wij waarderen de inzet van grondeigenaren, weidevogelvrijwilligers, jagers en collectieven en begrijpen de frustratie die zij ervaren. We hopen dat de landelijke wetgeving rond faunabeheer snel wordt verbeterd zodat we sneller kunnen inspelen op wat in de praktijk wordt gesignaleerd.’
Tekst: Lauk Bouhuijzen
Beeld: Ruth van Schriek Agrio Archief
