‘Geen actief beleid om geitensector Overijssel actief te ondersteunen’

‘Daarbij merken wij op dat -zoals de Gezondheidsraad ook aangeeft- maatregelen op bedrijfsniveau (in de geitenhouderij, red.) nog niet bewezen effectief zijn tegen het gevonden gezondheidseffect (VGO-onderzoek III, red). Zolang dit niet het geval is, is toepassing hiervan (nog) niet mogelijk.’GS van Overijssel laat dat BBB-Statenlid Martien van ’t Hul weten.
Van ’t Hul stelde vorige maand een serie schriftelijke vragen over het veelbesproken VGO-onderzoek. Zo zette zij vraagtekens bij de resultaten en met name het directe verband tussen geitenhouderijen en longontstekingen bij omwonenden. Daarom wilde ze weten of Overijssel bereid is om in gesprek te gaan met de geitensector over maatwerk en subsidiering bij de inzet van volgens haar bewezen maatregelen zoals frequenter uitmesten, ionisatielampen en luchtwassers. Dit om emissies en gezondheidsrisico’s zoveel mogelijk te beperken. 'Deelt GS de opvatting dat maatwerk (net zoals bij natuurherstel en andere beleidsdomeinen) ook hier vanzelfsprekend mogelijk moet zijn?’
Het College gaat hier verder niet concreet op in maar verwijst naar onderzoeken naar de genoemde maatregelen bij Wageningen UR: ‘De eerste resultaten hiervan komen mogelijk al op korte termijn beschikbaar. Hier willen wij niet op vooruitlopen.’
Vraagtekens bij VGO-onderzoek
De twijfels die het BBB-Statenlid heeft over de conclusies van het VGO-onderzoek worden door het Overijsselse College niet gedeeld. ‘Deze VGO-onderzoeken geven aan dat er gezondheidsrisico’s zijn voor omwonenden van geitenhouderijen. Het (vorige, demissionaire) kabinet geeft in de brief van 9 januari 2026 aan dat deze effecten aanleiding zijn tot het treffen van (nationale) maatregelen. Totdat deze van kracht zijn, verzoekt zij de provincies om hun geitenmoratoria (geitenstops) te handhaven.’
De vraag of GS bekend is met onderzoeken waaruit blijkt dat blootstelling aan boerderijlucht ook positieve gezondheidseffecten kan hebben (zoals bescherming tegen allergieën) wordt gedeeltelijk positief beantwoord. Het College kent deze onderzoeken wel maar stelt ook dat hier geen wetenschappelijke consensus over is.
Rechtelijke uitspraken gelden niet voor Overijssel
Van ’t Hul verwijst in haar vragen verder naar gerechtelijke uitspraken waarin wordt geconcludeerd dat de omvang van een geitenbedrijf geen extra gezondheidsrisico oplevert. En dat dus uitbreidingen mogelijk moeten zijn. Ook daarin krijgt ze geen gelijk van GS. ‘Beide uitspraken hebben betrekking op de provincie Zeeland, waar geen geitenstop van kracht is. De uitspraken laten ook zien dat in deze provincie weinig veehouderijen/geitenhouderijen zijn en dat daarmee de achtergrondconcentratie van onder andere fijnstof en endotoxinen erg laag is. Daarmee is deze provincie niet te vergelijken met een provincie als Overijssel.’
De vergelijking van het Statenlid met de risico’s voor mensen die bij drukke wegen wonen wordt niet gedeeld door GS: ‘Het voorzorgsprincipe is niet van toepassing op de gezondheidseffecten van drukke wegen. Deze effecten zijn (grotendeels) bekend en er zijn reeds milieunormen ter bescherming van omwonenden opgenomen in wetgeving. Dit is (nog) niet het geval voor het gezondheidseffect van geitenhouderijen.’
Tekst: Lauk Bouhuijzen
Beeld: Ellen Meinen
