
Melkveehouder André de Groot: ‘Klavers zijn goedkoper en duurzamer dan kunstmest’

Zijn droomscenario is een vorm van bedrijfsspecifieke gewasderogatie op grasland.
‘Het zou een goede stimulans zijn voor de teelt van gewassen die bijdragen aan koolstofvastlegging én de uitspoeling van stikstof naar het grond- en oppervlaktewater beperken. Ook wordt samenwerken met een akkerbouwer dan eenvoudiger’, licht hij toe.
Bij gewasderogatie wordt per gewas een stikstofnorm uit dierlijke mest vastgesteld.
Bij invoering van een gewasderogatie is het aan deelnemers toegestaan om op de betreffende gewassen meer stikstof uit dierlijke mest aan te wenden dan de maximale gift van 170 kg N/ha op basis van de EU-nitraatrichtlijn.
De Groot: „Ik vind dat we moeten kunnen blijven bemesten op basis van onttrekking. Laat iedere boer aan de slag gaan met evenwichtsbemesting door het toepassen van managementmaatregelen. Maar de beloning en motivatie daarvoor ontbreekt.’
De Groot is scherp op de nitraatuitspoeling naar het grondwater. Niet alleen omdat het aansluit bij zijn manier van natuurinclusief boeren, ook omdat hij ziet en ervaart dat het door maatregelen op het gebied van bodem en bemesting kán.
Van 2020 tot 2024 was hij deelnemer aan de BES-pilot van VK-Oost. (zie kader) ‘Ik vind dat het vakmanschap en milieuprestaties van de boer veel meer gestimuleerd en beloond mogen worden. Als dat gebeurt, is een boer sneller bereid om aan de juiste knoppen te gaan draaien. Ook dat heeft deze pilot laten zien.’



Kruiden en klavers laten bloeien
De Groot is bewust bezig met teeltoptimalisatie op meerdere aspecten. Zo past hij al ruim tien jaar geen kunstmest toe maar wel kunstmestvervangers op zijn percelen. In plaats daarvan kiest hij voor klavers en kruiden. Dit seizoen heeft hij 30 ha kruidenrijk grasland en 15 ha klavers ingezaaid. ‘Klavers zijn goedkoper en duurzamer dan kunstmest. Het kan met gemak concurreren met gewoon grasland en in droge periodes blijft de grasmat langer groen door de diepere beworteling van de kruiden.’
Door de klavers en kruiden in bloei te laten komen, zorgt hij ervoor dat ze meerdere jaren terug blijven komen in de percelen. ‘De vegetatie verandert na verloop van tijd wel, maar de koeien zijn er gek op’, aldus een enthousiaste melkveehouder.
Weidegang volgens Nieuw Nederlands Weiden is voor De Groot een belangrijk thema. Met dit beweidingssysteem grazen de koeien dagelijks in een nieuw blok gras. Hij streeft naar veel uren weidegang om zoveel mogelijk vers gras in de koe te krijgen, maar ook vanwege de lagere kosten en de lagere ammoniakemissie. Omdat op het weideperceel de klei werd aangebracht, moesten de koeien half september op stal. Andere jaren weid hij langer door, maar vers gras voeren op stal, dat hij de loonwerker laat doen, lukte dit jaar nog tot december.
Voldoende mestopslag
Tot en met 2024 jaar paste hij in het grasland Groene Weide Meststof toe. De kruiden bemest hij alleen in het voorjaar met drijfmest. Weidepercelen bemest hij minder en de maaipercelen drie keer. In het voorjaar verdunt hij de drijfmest met 25 tot 30 kuub water.
‘Daarna moeten de vlinderbloemigen het doen. Die komen na de eerste snede op gang. Dit jaar hebben we geen drijfmest in de mais aangewend en een opbrengst van 22 ton ds gerealiseerd.’
Na juli blijft de drijfmest in de opslag. ‘Ik vind het zonde om dan nog te bemesten. De stikstofverliezen en uitspoeling zijn vanaf augustus veel groter. Het rendement van bemesting is na juli vele malen kleiner dan in het voorjaar. Groot voordeel is dat we ruim voldoende opslag hebben. We hebben ruim een jaar, zo’n 3.400 kuub, mestopslag. Alle stallen zijn onderkelderd én we hebben een silo van 1.200 kuub. Dat is echt cruciaal. Wij hebben geen stress omdat we moeten uitrijden. Elke ton mest betekent 50 kg kunstmest minder.’
Effect vlinderbloemigen
Het driejarige gemiddelde gehalte ruw eiwitgehalte in het rantsoen ligt bij De Groot met 149 gram per kilo droge stof aan de lage kant. ‘De eiwitopbrengst is weliswaar lager, maar ik ben tevreden over de hoeveelheid droge stof die we van het grasland halen. In 2025 was dat 10 ton droge stof per hectare, een jaar eerder 13 ton. Ook zonder kunstmest en met een laag ruw eiwitgehalte in het rantsoen kun je technisch goed produceren. Vlinderbloemigen leveren daar een belangrijke bijdrage aan’, vat De Groot samen.
Eigen krachtvoer telen om de kringloop zoveel mogelijk te sluiten is voor De Groot een belangrijk streven. Ook de krachtvoerkosten per kg melk zijn laag: 8,5 cent per 100 kg melk.
Naast gras en korrel- en snijmais teelt hij ook koolzaad, granen, erwten met gerst als onderzaai en zomergerst. In totaal is 94 ha grond in gebruik. ‘Ik werk samen met een akkerbouwer in de buurt. Dat gaat verder dan maïs en aardappelen uitruilen en mest plaatsen. Wij kijken ook naar hoe we gewassen kunnen telen waar we allebei beter van worden en de keuze voor machines die bodemverdichting voorkomen.
Mede door de samenwerking met de akkerbouwer stapte hij in 2017 uit de derogatie. De belangrijkste reden was om flexibeler te zijn wat betreft het bouwplan van het akkerbouwgedeelte.
Keuze groenbemester
De keuze voor een goede groenbemester is voor De Groot belangrijk. ‘Ik teel maximaal twee jaar mais op een perceel. Daarna kies ik na granen bijvoorbeeld voor een groenbemester met veel massa, zoals blamrammenas, en mosterdzaad of een specifiek mengsel van groenbemesters.
Omdat De Groot geen chemie toepast na een groenbemester op maisland, gaat hij er met een schijveneg door om de massa goed ondergewerkt te krijgen voor de vervolgteelt.
Klei in Zand
Op een droogtegevoelig perceel achter zijn bedrijf werd afgelopen najaar klei uitgereden. Dit project ‘Klei in Zand’ van de provincie Gelderland heeft het doel dat zandgronden door inmenging met klei meer water, organische stof en mineralen vasthouden.
De Groot: ‘De vettige klei is in een laagje van 2 tot 3 centimeter aangebracht. Door de vorst is de klei nu mooi verkruimeld. Op die manier houdt het perceel meer vocht vast in droge tijden.’
Sinds juli staat er een stikstofstripper op het Larense bedrijf. Mede vanwege de plannen voor het opzetten van een biogashub met meerdere Larense boeren, liet De Groot afgelopen jaar dichte vloeren plaatsen in de stal. In combinatie met een mestrobot betekenen deze maatregelen een lagere ammoniakemissie op het bedrijf.
‘We maken met de stripper nu onze eigen kunstmest en houden kali, fosfaat en organische stof op eigen erf. We willen toe naar een ammoniakemissie van 30 kg NH3 per ha. Op deze manier worden we circulair.’
Afgelopen jaar paste De Groot kaliwater uit de stripper toe op de klaverpercelen. ‘Klavers zijn echte kalivreters, ze hebben kali in de bodem nodig om goed te groeien.’
De Groot hoopt dat Renure op korte termijn officieel erkend wordt. Op die manier kunnen we de kuubs mest nog beter verdelen. Het scheelt ons 20 kuub meer mest om te kunnen verdelen.’
De BES-pilot van VK-Oost
De Groot was van 2020 tot en met 2023 deelnemer aan de BES-pilot van VK-Oost. In de kern werd in de BES-pilot berekend welk bemestingsniveau met dierlijke mest noodzakelijk is voor fosfaatevenwichtsbemesting, zodat de fosfaattoestand van de bodem niet verslechtert.
Door water bij de mest te voegen, meer dierlijke mest te gebruiken en niet te bemesten tijdens droog weer, wist De Groot 50 kilogram stikstof extra uit dierlijke mest te benutten zonder dat dit invloed had op het nitraatgehalte van zijn percelen. Hij is niet de enige die daar in slaagde. De twintig VK-Oost-melkveehouders die meededen aan het BES-project ruilden gemiddeld 50 kilogram kunstmest uit voor 30 kilogram drijfmest.

André De Groot VK-Oost-kampioen stikstofbodemoverschot
Andre de Groot scoort meerjarig bovengemiddeld goed met stikstofbodemoverschot, blijkt uit een uitgebreide analyse van VK-Oost over 10 jaar praktijkdata.
Tijdens een vorige maand gehouden Inspiratiebijeenkomst werd De Groot gehuldigd als kampioen.
Het rapport 'De oogst van 10 jaar praktijkdata' is gratis te downloaden.




