Column: Zet je onderzoekspet op

Hij gooit de brief op tafel. Het is het openbaarheidsverzoek (Woo) dat zijn gegevens openbaar zal maken: niet alleen waar hij zijn koeien houdt, maar ook waar hij eet, slaapt, woont, en leeft. Samen met zijn vrouw en kinderen. „Dit kan dus zomaar", zegt hij verbolgen. „En als ik dan wil weten wie dat verzoek heeft ingediend, dan beginnen ze over de AVG. Nee, onze gegevens openbaar maken is wel conform de AVG zeker?" Hij baalt, met hem nog 37.000 andere boeren. Het is weer zo’n voorbeeld. Onrechtvaardigheid. Ik zie het overal in het veld om me heen.
Aan de andere kant van het land krijgt een boer ineens te maken met een waterschap dat een dijk door zijn land wil aanleggen. Hij is een bezwaarprocedure gestart, maar ondertussen liggen de rijplaten al in het land en staat de bouwkeet al op zijn plek. Hij had ze verboden om over zijn land te gaan, maar toch gingen ze.
De bomen, zijn bomen, zijn al gesnoeid, terwijl hij hen had gezegd er niet aan te komen. Het is toch zijn eigendom? „Het lijkt gewoon alsof ze boven de wet staan. Als wij zoiets doen, dan moet je eens kijken wat er gebeurt. Als ik een bezwaarprocedure heb lopen, haal ik het niet in mijn hoofd te beginnen met uitvoeren, want ze knopen me op."
Boven worden de besluiten genomen, ondanks alles wat er beneden gebeurt
Het is weer zo’n voorbeeld. Onrechtvaardigheid. Mensen worden ongelijk behandeld. Boven worden de besluiten genomen, ondanks alles wat er beneden gebeurt en de praktijkkennis die daar zit. Overheden vertellen wel even hoe het moet vanachter het bureau, en alles daaronder moet zich maar aanpassen.
Ik zie die onbalans in macht, en de daaruit voortkomende kleinering, tot in de kleinste details terug. Wanneer we steggelen over woorden in een gebiedsplan, zegt de boer: „Als het gaat om de grondwaterstand, kunnen we dan het woord ‘aanpassen’ gebruiken?" De beleidsmedewerker van het waterschap lacht schamper om deze nuancering: „Zeg maar gewoon verhogen, want verlagen van het peil gaat ‘m zeker niet worden." Zijn collega lacht met hem mee.
Terug op de universiteit vertel ik over de voorvallen aan mijn onderzoeksbegeleider en merk dat ik er emotioneel door aangedaan ben. Ik schrik van mijn eigen reactie. Mag ik dat wel zijn als onderzoeker? Moet ik niet onafhankelijk zijn? Dus er niet emotioneel bij betrokken raken? Hoe verhoud ik me hiertoe als onderzoeker?
„Wat denk je dat wij hier doen? Waarom wij ons werkend leven geven voor onze onderzoeken?", zegt ze. „Dat is omdat het onderwerp ons van binnen raakt. We zijn sociale wetenschappers. Dat is wat anders dan met een vooraf vastgestelde aanname het veld of het laboratorium in gaan en kijken of onze aannames kloppen. We baseren ons niet op cijfers of modellen. Het gaat ons om de mensen. Daar doen we het voor."
Denk niet bij voorbaat dat je de conclusies en verbanden al weet
Ik haal opgelucht adem. Daar doe ik het inderdaad voor. Ik voel me op de juiste plek. Ze voegt eraan toe: „In ons hart zijn we allemaal activisten. Maar", gaat ze verder. „We kunnen geen conclusies trekken en generaliseren afgaande op enkele voorbeelden in het veld."
Maar ik zie het overal om me heen! wil ik zeggen. Ik hoor overal dit soort verhalen! Ze praat door: „We beginnen met de theorie. Wat is er al over geschreven, wat is al onderzocht? Waar zitten de debatten? Begin daar. Wanneer je dingen hebt gelezen, kan je gaan kijken in het veld en het gesprek aan gaan. Denk niet bij voorbaat dat je de conclusies en verbanden al weet. Zet je onderzoekspet op. Alleen zo kunnen we gefundeerd onze issues aan de kaak stellen."
Marjolein van Woerkom
Marjolein van Woerkom is antropoloog en landbouwjournalist. Naast haar werk in het landelijk gebied, doet ze een promotieonderzoek aan de Wageningen University & Research en Vrije Universiteit in Amsterdam, waarin ze onderzoek doet naar verlies en rouw in de agrarische sector. Hierbij gaat het om verlies, zoals verlies van een plek, van waarden, van werkwijzen, van tradities, van het boer-zijn, van identiteit. Elke maand schrijft zij een column over haar ervaringen die ze opdoet tijdens haar onderzoek.
Tekst: Marjolein van Woerkom
Beeld: Marjolein van Woerkom



