Toch geen generiek scheurverbod blijvend grasland in kwetsbare Gelderse gebieden: ruimte voor wisselteelt

‘Dit amendement vervangt het generieke scheurverbod op blijvend grasland in kwetsbare gebieden door een bepaling die het werkelijke beschermingsdoel - het voorkomen van blijvende functieverandering - centraal stelt, terwijl tijdelijk scheuren voor duurzaam bodembeheer expliciet mogelijk wordt gemaakt’, stellen de indieners. Het amendement is opgesteld door Groep Roerdink, SGP, BBB, FvD en PvdA.
Kwetsbare gebieden
Provincie Gelderland wil in grondwaterbeschermingsgebieden, in zones langs waterlopen met Kaderrichtlijn Wateropgaven en in en om stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden blijvend grasland behouden. In het Gelderse beleidskader land- en tuinbouw schrijft de provincie daarover: ‘Voor landbouwpercelen van agrarische bedrijven komt een scheurverbod van zowel blijvend als natuurlijk grasland; tijdelijk grasland is uitgezonderd. Hierdoor wordt omzetting naar akker-of tuinbouw of nieuwe laanbomenteelt aldaar voorkomen.’
Deze passage wordt met het aannemen van het amendement gewijzigd in: ‘Voor landbouwpercelen van agrarische bedrijven in kwetsbare gebieden geldt een verbod op permanente omzetting van blijvend of natuurlijk grasland naar akker- of tuinbouw of nieuwe laanbomenteelt. Gedurende een periode van één jaar een wisselgewas toe te staan en daarna weer gras in te zaaien.’
Ook werd namens een ruim aantal partijen de motie 'Scheuren heeft nut' ingediend. In de motie kaarten de partijen aan dat het scheuren van grasland en het toepassen van wisselteelt cruciaal is voor sommige bedrijven. Daarbij kan het scheuren van grasland voor herinzaai met gras nodig zijn. In de motie wordt specifiek gewezen naar biologische bedrijven. De partijen benoemen dat er door het eerder voorgenomen scheurverbod onrust bestaat onder (biologische) landbouwers omdat 'dit zeer sterk ingrijpt in hun biologische bedrijfsvoering.' Het verbod wordt door de partijen als 'erg rigoureus' bestempeld en dat een ongewenste functieverandering naar intensieve teelt ook op andere manieren geborgd zou kunnen worden. De motie werd unaniem gesteund.
Zonering waterlopen
BBB, SGP, CDA, ChristenUnie, VVD, FvD en Groep Roerdink vroegen tijdens de vergadering van de Provinciale Staten ook om een aanpassing van het beleidskader met betrekking tot zonering langs waterlopen met Kaderrichtlijn Wateropgaven. De waterschappen Rivierenland en Rijn en IJssel hadden daar eerder over aan de bel getrokken.
Diverse Gelderse waterlopen hebben opgaven vanuit de Kaderrichtlijn Water (KRW), omdat KRW-normen overschreden worden. Ze liggen veelal in de Veluwe/Gelderse Vallei en de Achterhoek. Opgaven zijn dan vaak het terugdringen van het nitraatgehalte en van residuen van gewasbeschermingsmiddelen, stelt de provincie. Aan de opgaven kan volgens Gelderland worden voldaan door maatregelen te nemen in de zones aan weerszijden van de waterlopen waar de KRW-waarden niet gehaald worden.
Gelderland wilde eerst generieke zones van 20 of 40 meter aanleggen, maar de Staten zien dat niet zitten. Volgens de zeven partijen die het amendement indienden, sluit het vastleggen van deze generieke zoneringen van 40 en 20 meter niet bij de huidige bestuurlijke afspraken en lopende processen rondom de Kaderrichtlijn Water.
'De waterschappen (Rijn en IJssel en Rivierenland, red.) geven aan dat de waterkwaliteitsopgave sterk gebiedsafhankelijk is en vraagt om maatwerk per stroomgebied. Het vooraf vastleggen van uniforme zones wordt daarom als voorbarig beschouwd en kan leiden tot onnodige onrust in lopende gebiedsprocessen en tot verkeerde verwachtingen over te nemen maatregelen. Daarnaast blijkt uit eerdere studies en lopende trajecten dat effectieve maatregelen per gebied verschillen en in samenhang met regionale partners moeten worden bepaald. Een generieke benadering doet onvoldoende recht aan deze complexiteit', stellen de partijen in hun amendement. 'De waterschappen pleiten daarom voor: ruimte voor gebiedsgerichte analyses en maatwerk, voortzetting van de samenwerking tussen provincie, waterschappen en gebiedspartijen en het vermijden van het vooraf vastleggen van generieke maatregelen.'
Gelet op het bovenstaande is het wenselijk om de betreffende paragraaf uit het beleidskader te schrappen, vinden de indieners. 'Zodat ruimte blijft voor een zorgvuldig, gebiedsgericht proces waarin effectieve maatregelen gezamenlijk worden bepaald.' Het amendement werd met 33 stemmen voor (18 stemmen tegen) aangenomen.
Tekst: Renske van Valburg
Beeld: Susan Rexwinkel

