Kabinet: Provincies kunnen sneller ingrijpen bij probleemwolf, bijvoorbeeld bij herhaaldelijke vee-aanvallen

De wolf (en goudjakhals) is straks nog wel beschermd in Nederland, maar niet meer strikt beschermd. Dit biedt mogelijkheden voor beheer. ‘Hierdoor wordt het verjagen van wolven voor veehouders eenvoudiger en kan op termijn, bij een gunstige staat van instandhouding, beheer van wolven mogelijk gemaakt worden’, stelt Erkens.
Aanvallen met letsel aan vee
In eerste instantie gaat het om het beter kunnen bestrijden van probleemwolf. Bij een probleemwolf gaat het dan om situaties waarin de wolf agressief op mensen reageert of mensen aanvalt, zonder te zijn verstoord, om situaties waarin de wolf mensen letsel toebrengt en om situaties waarin de wolf binnen een korte periode herhaaldelijk goed afgeschermd vee of paarden en pony’s aanvalt en daarbij letsel aan de dieren toebrengt. ‘Het gaat bij afschot van ‘probleemwolven’ dus echt om uitzonderlijke gevallen’, stelt Erkens.
Daarvan is ook sprake bij ‘probleemsituaties’ waarin een wolf herhaaldelijk binnen een korte periode mensen aanvalt na verstoring, honden op eigen erf of aangelijnd doodt, schapen uit een schaapskudde aanvalt zich herhaaldelijk in een korte periode in de buurt van speelplaatsen voor kinderen begeeft en waarin aversieve afschrikking niet blijkt te werken of niet mogelijk is. Maar, stelt Erkens, een wolf doden kan dan niet direct.
Erkens: ‘Deze situaties kunnen ook zeer ernstig zijn en een bijzonder dreigende situatie vormen, maar zijn minder ernstig van aard om zonder meer tot de conclusie te komen dat er geen minder ingrijpende oplossingen dan het doden of vangen van de wolf beschikbaar zijn. Daarom is in die gevallen vereist dat eerst aversieve afschrikking is toegepast.’
Versoepelingen vergunningverlening
Binnen het nieuwe beschermingsregime blijft het uitgangspunt dat voor ingrijpen bij incidenten met wolven een omgevingsvergunning noodzakelijk is. Het gewijzigde beschermingsregime biedt hierbij echter een aantal versoepelingen.
Erkens: ‘Als na consultatie van een wolvendeskundige wordt geconstateerd dat er sprake is van een probleemwolf of een probleemsituatie met een wolf, kan het bevoegd gezag er in beginsel van uitgaan dat er geen minder ingrijpende alternatieve maatregelen dan het opzettelijk doden of wegvangen van de wolf beschikbaar zijn en er voor het ingrijpen een rechtvaardigingsgrond aanwezig is. Hierdoor wordt de bewijslast vereenvoudigd en kan sneller tot vergunningverlening worden overgegaan. Het bevoegd gezag behoudt wel de ruimte in concrete gevallen een nadere afweging te maken en belanghebbenden behouden de ruimte om te onderbouwen dat er aanleiding is om af te wijken.’
'Soms noodzakelijk om direct in te grijpen'
Tot slot introduceert hij de mogelijkheid voor het bevoegd gezag (lees provincies) om voor de meest ernstige situatie van agressie, namelijk waarin een wolf letsel toebrengt aan een mens, op voorhand een vergunning voor het doden van een wolf te verlenen.
‘Het gaat in zo’n situatie om een zeer ernstige situatie met grote maatschappelijke onrust tot gevolg, waarbij snel gehandeld moet kunnen worden’, stelt Erkens. ‘Het kan dan noodzakelijk zijn om direct in te grijpen om te voorkomen dat de situatie zich herhaalt of dat het gevaarlijke gedrag wordt overgenomen door andere wolven van dezelfde roedel. Dat laatste kan ook tot grootschaliger ingrijpen met voor de populatie grotere gevolgen leiden. Als voor deze situatie op voorhand al een vergunning is verleend, ligt deze vergunning als het ware al op de plank en hoeft niet nog een volledige vergunningprocedure doorlopen te worden.’




