
Fotoserie: Boudewijn Krabben melkt gezonde en hoogproductieve koeien die oud worden

In een stal uit 1976 melkt Krabben met zijn ouders Theo en Cintha 60 koeien. De 25 stuks jongvee staan op een andere locatie in Harreveld.
In de stal staat een melkrobot en liggen de koeien in diepstrooiselboxen, die goed gevuld zijn met gemalen vlas. Hoewel de stal oud en vol is, halen ze er binnen de mogelijkheden het maximale uit. De koeien doen het goed en hebben een hoge levensduur. Met een melkproductie van gemiddeld 11.646 liter en goede gehaltes van 4,68% vet en 3,71% eiwit zijn de melkveehouders dik tevreden.
De Harrveldse melkveehouders scoren meerjarig goed op een lage CO2-footprint, zo blijkt uit een uitgebreide analyse van tien jaar praktijkdata van VK-Oost.
Krabben: ‘Door in de stal de mogelijkheden optimaal te benutten, behalen onze koeien een hoge levensduur en kunnen ze gemiddeld een lactatie of soms langer mee zodat ze meer liters melk produceren. De veevervanging kan hierdoor laag blijven ten opzichte van referentiebedrijven. Dit pakt gunstig uit voor de CO2-footprint op ons bedrijf.’
Omdat de koeien voldoende melk geven en blijven geven is duurmelken goed haalbaar op het bedrijf. ‘We insemineren bewust later. Met minder afkalvingen verkleinen we de risico’s en verlengen we de levensduur van de koeien’, licht Krabben toe.
Vaak schudden voor droog voer
Goed voer aan de bult melkt makkelijk, vat Krabben de insteek op het bedrijf samen. Vaak maaien en twee of drie keer schudden om in te kuilen met een ds-percentage van 50 tot wel 60% is niet bijzonder. Vier jaar geleden schaften ze zelfs een nieuwe schudder aan, tegen het veelgehoorde advies in om gras minder of zelfs niet meer te schudden.
‘Vaak maaien doen we niet omdat we dat het leukste werk vinden. Integendeel, we zijn juist echte koeienliefhebbers en hebben minder op met het land- en machinewerk. Maar omdat we zien dat de koeien het er goed op doen, motiveert het enorm om daar scherp op te zijn.’
De eerste snede maait Krabben langer af, daarna maait hij af tot 8 à 10 centimeter voor een snellere hergroei. De aanwezige klaver in het grasland zorgt voor een hoger aandeel ruw eiwit. Het streven is een maximaal ruw eiwit en VEM in kuilgras zodat krachtvoeraankoop beperkt kan worden. Liever wordt structuur aangekocht. Ook wordt voor een goede conservering toevoegmiddel gebruikt.
Krabben: ‘Droog voeren is voor ons een must. Droog voer is efficiënter voor de pens, houdt de gehaltes op peil, voorkomt zure kuilen en zorgt voor mooie mest. Droog voer stimuleert de herkauwactiviteit en daarmee de penswerking.’
Veel ruwvoer in de koe
De aandacht voor goed ruwvoermanagement vertaalt zich erin dat de koeien van Krabben veel kg meetmelk uit ruwvoer halen. ‘Volgens de Agroscoop haalden we 21,21 kg meetmelk uit ruwvoer. De ruwvoervoorraad is ruim. Op de voergang ligt altijd voer, het streven is 10% restvoer. Dat er veel ruwvoer in de koeien gaat betekent minder benodigd krachtvoer en veel meetmelk uit ruwvoer én een goede voerwinst.
‘Ook hierdoor scoren we goed op CO2. We halen veel ruw eiwit uit het gras en zouden op basis van de KringloopWijzer de 155 g per kg ds uit het totale rantsoen wel kunnen halen. Daar ligt nog wel een verbeterslag.’
Goedkoopste eiwit
Weiden staat ook hoog in het vaandel op het Harreveldse bedrijf. Op de 11 ha huiskavel achter de stal, weiden de koeien in zes blokken. Krabben maakt hier naar eigen zeggen zes ‘pizzapunten’ en daarbij pakt stukken die hij om de twee weken omweidt en uitmaait zodat de koeien telkens verse weides hebben. Op 6 ha staat gras, klaver en kruiden. ‘Ik strooi in de zomer een handjevol kunstmest als dat nodig is om de smakelijkheid erin te houden. Op dezer manier krijgen we altijd de puntjes vers gras in de koe. Het is bewerkelijk op deze manier, maar vooral in de zomer is dat het beste en het goedkoopste eiwit dat er staat.’
Met het oog op de fosfaatproblematiek proberen ze per kg fosfaat zoveel mogelijk melk te produceren. Per 10 koeien houden ze 4,4 stuks jongvee aan. Lange tijd was dat 3,8 stuks. ‘Het streven is elke maand een vaarskalf aanhouden en een melkkoe weg doen. Op die manier houden we de balans en hoeven we geen fosfaat bij te leasen.’
CO2-reductie geen doel op zich
Een lage CO2-uitstoot is geen vereiste op het Harreveldse bedrijf en er wordt niet bewust op gestuurd. Toch lukt het door goed vakmanschap om een goede score neer te zetten.
‘Door het geheel goed te managen en in te zetten op kwalitatief goed ruwvoer en een hoge ruwvoeropname scoren we goed. Veel eiwit van eigen land is kostentechnisch natuurlijk interessant én goed voor je CO2-uitstoot. Ook speelt mee dat we relatief weinig jongvee hebben. Het is een optelsom van meerdere facetten waar we scherp op zijn.’
Krabben kampioen CO2-uitstoot bij VK-Oost
Boudewijn Krabben scoort meerjarig bovengemiddeld goed met de uitstoot van CO2, blijkt uit een uitgebreide analyse van VK-Oost over 10 jaar praktijkdata.
Tijdens een in februari gehouden Inspiratiebijeenkomst werd Krabben gehuldigd als kampioen.
Het rapport 'De oogst van 10 jaar praktijkdata' is gratis te downloaden.
Tekst: VK-Oost
Beeld: Anouk Hemmink







